ECLI:NL:CRVB:2006:AY6080
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht van prostituees in privaatrechtelijke dienstbetrekking met exploitant seksinrichting
Appellante exploiteert een privé-huis waar een seksinrichting wordt gedreven met vergunning van de burgemeester. Na een bedrijfsbezoek door de belastingdienst en het Uwv werd vastgesteld dat de prostituees verplicht verzekerd zijn op grond van sociale werknemersverzekeringswetten. Het Uwv handhaafde dit standpunt na bezwaar.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad oordeelde dat het rapport van het bedrijfsbezoek een betrouwbare basis vormt en dat er voldoende bewijs is voor een privaatrechtelijke dienstbetrekking.
De Raad stelde vast dat de prostituees onder toezicht en sturing van appellante werken, met vaste tariefstellingen en een geïntegreerde organisatie. Betalingen aan appellante zijn directe beloningen voor verrichte arbeid binnen een organisatorisch kader. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde, en de verzekeringsplicht geldt vanaf 1 oktober 2000.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verzekeringsplicht van prostituees als werknemers vanaf 1 oktober 2000.