ECLI:NL:CRVB:2006:AY6086
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ernstig plichtsverzuim na bedreigingen en obstructie onderzoek
Appellante was sinds 1997 werkzaam bij de Dienst Justitiële Inrichtingen en raakte betrokken bij een intern onderzoek naar bedreigingen binnen de organisatie. Zij had een vriendschappelijke relatie met collega K, die ervan verdacht werd de bedreigingen in scène te zetten. Ondanks onderzoek en aanwijzingen bleef appellante de beschuldigingen aan het adres van D, een overleden collega, volhouden en steunde zij K.
De Minister van Justitie legde appellante onvoorwaardelijk ontslag op wegens ernstig plichtsverzuim, waaronder het onvoldoende afstand nemen van beschuldigingen, het frustreren van het onderzoek en het overtreden van ziekteverzuimregels. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het ontslag ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak na hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het plichtsverzuim van appellante ernstig was en dat het ontslag niet onevenredig was. Ook werd meegewogen dat zij het onderzoek onnodig had vertraagd en gefrustreerd door tegenstrijdige en onvolledige verklaringen af te leggen, ondanks haar juridische bijstand. De Raad vond geen reden om het ontslag te vernietigen of te matigen.
Uitkomst: Het ontslag van appellante wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd.