ECLI:NL:CRVB:2006:AY6095
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Echtgenote directeur-grootaandeelhouder niet langer verplicht verzekerd volgens sociale verzekeringswetten
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam over de verzekeringsplicht van de echtgenote van een directeur-grootaandeelhouder. Appellant had de echtgenote per 1 augustus 2004 niet langer als verplicht verzekerd aangemerkt en weigerde de premies over de jaren 1999 tot en met 2003 te restitueren.
De rechtbank had het besluit van appellant vernietigd omdat het standpunt van appellant onvoldoende was gemotiveerd. In hoger beroep stelt appellant dat de verzekeringsplicht slechts met ingang van een toekomstige datum kan worden beëindigd, tenzij sprake is van nalatigheid of onzorgvuldigheid, wat hier niet het geval is. De echtgenote was in 1992 op basis van door betrokkene verstrekte informatie als verplicht verzekerd aangemerkt.
De Raad onderschrijft het standpunt van appellant en oordeelt dat er geen sprake is van nalatigheid of onzorgvuldigheid. De verantwoordelijkheid voor het beoordelen van de premieplichtige arbeidsverhouding ligt primair bij betrokkene als werkgever. Daarnaast heeft appellant het verzekerde risico gedragen, wat inhoudt dat hij mogelijk tot uitkering aan de echtgenote zou zijn overgegaan.
De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.