ECLI:NL:CRVB:2006:AY6098
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV en toekenning schadevergoeding wegens achterstallige WW-uitkering
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch waarin het bezwaar tegen een beslissing van het UWV werd afgewezen. Het UWV wijzigde later zijn standpunt en erkende dat appellant recht had op een WW-uitkering met ingang van juli 2003. De Raad stelde vast dat het UWV het eerdere besluit niet langer handhaafde en vernietigde het besluit en de aangevallen uitspraak.
De Raad oordeelde dat appellant schade leed door de vertraagde uitbetaling en kende daarom wettelijke rente toe over de nabetaalde uitkering vanaf 1 augustus 2003. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten voor zowel de eerste aanleg als het hoger beroep, met een totaalbedrag van € 966.
De Raad besloot het griffierecht van appellant te vergoeden en stelde het onderzoek ter zitting achterwege, nadat partijen zich konden vinden in het gewijzigde standpunt van het UWV. Hiermee werd het beroep gegrond verklaard en het besluit van het UWV vernietigd.
Uitkomst: Het besluit van het UWV en de aangevallen uitspraak worden vernietigd, appellant krijgt de WW-uitkering met terugwerkende kracht, wettelijke rente en proceskosten toegekend.