ECLI:NL:CRVB:2006:AY6124
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen boetes sociale verzekeringspremies wegens opzet of grove schuld
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage over boetes opgelegd aan betrokkene wegens onterechte verblijfskostenvergoedingen aan werknemers.
De boetes waren vastgesteld op 25% van de verschuldigde sociale verzekeringspremies, gebaseerd op de kwalificatie dat de gedraging van betrokkene te wijten was aan opzet of grove schuld. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard voor een deel van de boetes, omdat sprake zou zijn van een pleitbaar standpunt.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank vernietigd en het beroep van het UWV gegrond verklaard. De Raad overweegt dat de werkgever verplicht is een correcte loonadministratie te voeren en dat het nalaten van controle na functiewijzigingen en het ongespecificeerd verstrekken van onbelaste vergoedingen ernstige verwijtbare omissies zijn. Het hoger beroep slaagt en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt gegrond verklaard en het bestreden deel van de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.