ECLI:NL:CRVB:2006:AY6127
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzekeringsplicht op grond van privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen projectmanager en bedrijf
Appellante voerde hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank die verzekeringsplicht aannam voor betrokkene, die als projectmanager werkzaamheden verrichtte voor appellante.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene zijn arbeid persoonlijk verrichtte, dat er een gezagsrelatie bestond en dat de betalingen een passende tegenprestatie waren. Ook het feit dat betrokkene geen vervanger had en zijn werkzaamheden een wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering vormden, ondersteunden dit oordeel.
In hoger beroep stelde appellante dat het UWV niet zorgvuldig had gehandeld door onderzoeksrapporten pas tijdens de bezwaarschriftprocedure te verstrekken, maar de Raad vond dat appellante voldoende gelegenheid had gehad om te reageren.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat aan de drie essentiële kenmerken van een privaatrechtelijke dienstbetrekking was voldaan, waaronder de gezagsrelatie, die bleek uit overleg en leidinggeven aan vaste werknemers.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de verzekeringsplichtige arbeidsverhouding vanaf 1 januari 2001.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verzekeringsplichtige arbeidsrelatie vanaf 1 januari 2001.