ECLI:NL:CRVB:2006:AY6136
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- N.J. Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Privaatrechtelijke dienstbetrekking prostituees bij exploitant seksinrichting vastgesteld
De zaak betreft een hoger beroep van het UWV tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch die het beroep van belanghebbende gegrond verklaarde tegen een besluit van het UWV over verplichte verzekering van prostituees als werknemers.
Het geschil draait om de vraag of de prostituees die werkzaam zijn bij belanghebbende een privaatrechtelijke dienstbetrekking hebben. De Raad baseert zich op een bedrijfsbezoek en een onderzoeksrapport waarin onder meer werd vastgesteld dat belanghebbende de prostituees reguleert via werkplanning, prijslijsten, toezicht op naleving van vergunningseisen en algemene omgangsregels.
De Raad concludeert dat er een geordende en geïntegreerde organisatie bestaat waarbij belanghebbende een gezagsrelatie heeft en dat de prostituees verplicht persoonlijke arbeid verrichten. Dit leidt tot de conclusie dat sprake is van een dienstbetrekking in de zin van de sociale werknemersverzekeringswetten.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van het UWV ongegrond. Tevens wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat er sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking en verklaart het hoger beroep van het UWV ongegrond.