ECLI:NL:CRVB:2006:AY6222
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid per 16 januari 2005
Appellant, arbeidsongeschikt sinds 7 december 2001 en sinds 6 december 2002 WAO-uitkeringsgerechtigd, kreeg per besluit van 21 maart 2005 zijn uitkering ingetrokken met ingang van 16 januari 2005, omdat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij de beperkingen zoals vastgesteld door verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts als juist werden aanvaard.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn klachten waren toegenomen en noemde hij diagnoses als artrose, slijtage en fibromyalgie, en een doorverwijzing naar een revalidatiearts. Het UWV stelde dat deze medische feiten niet nieuw waren en geen ander licht wierpen op de belastbaarheid per datum in geding.
De Raad oordeelde dat de aangevoerde feiten geen nieuwe gezichtspunten bevatten en bevestigde het oordeel van de rechtbank. De beoordeling betrof uitsluitend de mate van arbeidsongeschiktheid per 16 januari 2005; een eventuele verslechtering daarna kon niet in dit geding worden betrokken. Er was geen aanleiding om het bestreden besluit te vernietigen of aan te passen, en de intrekking van de WAO-uitkering werd bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 16 januari 2005 wordt bevestigd wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.