ECLI:NL:CRVB:2006:AY6343
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belastbaarheid en terugvordering WAO-uitkering na medische herbeoordeling
Appellant, een voormalige matroos met gewrichtsklachten, vroeg een WAO-uitkering aan na arbeidsongeschiktheid. Het UWV kende aanvankelijk een voorschot toe op basis van een hoge mate van arbeidsongeschiktheid. Na medisch en arbeidskundig onderzoek werd de arbeidsongeschiktheid vastgesteld op een lagere mate, waarna het UWV voorschotten terugvorderde.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit over de belastbaarheid deels gegrond vanwege het niet tijdig beslissen, maar oordeelde dat de vastgestelde belastbaarheid juist was. Het beroep tegen de terugvordering werd ongegrond verklaard.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen werden onderschat en dat het UWV onvoldoende gemotiveerd had gehandeld, met name over de overschrijding van belastbaarheid en de terugvordering. De Centrale Raad oordeelde dat de medische en arbeidskundige beoordeling voldoende was gemotiveerd en dat er geen dringende redenen waren om af te zien van terugvordering.
De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en wees het beroep in zoverre af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vastgestelde belastbaarheid en wijst het beroep tegen terugvordering van WAO-voorschotten af.