ECLI:NL:CRVB:2006:AY6355
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig productiemedewerkster in een wasserij, viel uit wegens schouderklachten en griep. Medisch onderzoek door verzekeringsarts Tuinhof de Moed concludeerde dat haar beperkingen duurzaam benutbare mogelijkheden voor arbeid lieten, met een belastbaarheidspatroon vastgelegd in het Functie Informatie Systeem (FIS).
Arbeidsdeskundige Kalsbeek selecteerde op basis hiervan functies die appellante kon verrichten, waaruit bleek dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. Het Uwv weigerde daarop een WAO-uitkering toe te kennen. Bezwaar en beroep bij de rechtbank werden ongegrond verklaard, waarbij de medische en arbeidsdeskundige beoordelingen werden onderschreven.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, waaronder een verzoek om onafhankelijk neurologisch onderzoek, maar de Raad vond geen nieuwe feiten of medische gronden die het eerdere oordeel konden wijzigen. De Raad concludeerde dat de geduide functies binnen de vastgestelde belastbaarheid passen en dat het verlies aan verdiencapaciteit minder dan 15% bedraagt.
Derhalve werd het hoger beroep verworpen en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd. Vergoeding van schade werd afgewezen wegens gebrek aan rechtsgrond. De uitspraak werd gedaan door C.W.J. Schoor op 8 augustus 2006.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.