ECLI:NL:CRVB:2006:AY6374
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Beoordeling privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen exploitant erotische massagesalon en masseuses
Appellante exploiteert een erotische massagesalon waar het Uwv na een bedrijfsbezoek heeft vastgesteld dat de masseuses als werknemers in privaatrechtelijke dienstbetrekking werkzaam zijn. Dit oordeel is gebaseerd op een rapport van december 2002 en bevestigt dat er sprake is van een gezagsverhouding, loonbetalingsverplichting en persoonlijke arbeidsverrichting.
Appellante betwist dit en voert aan dat de masseuses zelfstandigen zijn en dat het Uwv niet van het onderzoeksrapport had mogen uitgaan. Zij overlegt aanvullend getuigenverklaringen en een deskundigenrapport, maar deze bieden onvoldoende afwijkend beeld om het standpunt van het Uwv te weerleggen.
De Raad stelt vast dat de organisatie van de salon, met richtprijzen, inroostering, toezicht en vergunningseisen, duidt op een geïntegreerde organisatie met gezag en controle door appellante. De betalingen aan masseuses zijn loon in de zin van de sociale werknemersverzekeringswetten. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat verzekeringsplicht van rechtswege bestaat en de situatie sinds eerdere onderzoeken is gewijzigd.
De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en appellante wordt niet in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat tussen de exploitant en masseuses een privaatrechtelijke dienstbetrekking bestaat.