ECLI:NL:CRVB:2006:AY6396
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt besluit over eerste arbeidsongeschiktheidsdag en wijst nieuw onderzoek toe
Appellant, die zich op 28 augustus 1995 ziek meldde bij zijn werkgever en later naar Australië vertrok, werd door het UWV geweigerd voor een WAO-uitkering omdat hij volgens het UWV op de eerste arbeidsongeschiktheidsdag (1 maart 1996) niet verzekerd was. De rechtbank had het besluit van het UWV vernietigd maar de rechtsgevolgen in stand gelaten. In hoger beroep betwist appellant dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag juist is vastgesteld en voert aan dat hij al eerder arbeidsongeschikt was.
De Raad oordeelt dat het UWV onvoldoende onderbouwing heeft gegeven voor de vaststelling van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag en dat het medische onderzoek niet zorgvuldig was, omdat de verzekeringsarts naliet de psychiater te raadplegen over het exacte tijdstip van arbeidsongeschiktheid. Gezien de medische verklaringen en het verleden van appellant acht de Raad het aannemelijk dat appellant al voor 1 maart 1996 arbeidsongeschikt was.
De Raad vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover de rechtsgevolgen van het besluit in stand zijn gelaten en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het besluit over de eerste arbeidsongeschiktheidsdag en beveelt het UWV tot nader onderzoek en een nieuw besluit.