ECLI:NL:CRVB:2006:AY6406
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering
Appellante, werkzaam als management trainer, viel op 31 december 2001 uit wegens psychische klachten. Het UWV weigerde op 19 december 2002 een WAO-uitkering toe te kennen, omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% werd vastgesteld op basis van medische en arbeidsdeskundige rapporten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellante ging in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep beoordeelde de medische en arbeidskundige rapporten, waaronder de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en de beoordeling met het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS). Hoewel het UWV terecht de uitkering weigerde, oordeelde de Raad dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd volgens artikel 7:12 Awb Pro.
Daarom vernietigde de Raad het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand op grond van artikel 8:72 Awb Pro. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante. De uitspraak benadrukt het belang van een deugdelijke motivering bij besluiten die met behulp van het CBBS worden genomen.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.