ECLI:NL:CRVB:2006:AY6542
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring van verzet wegens termijnoverschrijding in sociaal zekerheidszaak
Appellant had tegen een besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad beroep ingesteld, dat door de Raad niet-ontvankelijk werd verklaard. Appellant deed hiertegen verzet, maar dit verzet werd te laat ingediend, namelijk na afloop van de zeswekentermijn.
Tijdens de zitting op 29 juni 2006 verscheen appellant in persoon, terwijl de verweerster zich niet liet vertegenwoordigen. Appellant voerde aan dat hij het gehele jaar 2005 onder medische behandeling was en daarom niet tijdig kon handelen. De Raad oordeelde echter dat deze medische onderbouwing ontbrak en dat appellant ook een derde had kunnen inschakelen om het verzet tijdig in te dienen.
Het argument dat appellant zich onvoldoende bewust was van de gevolgen van termijnoverschrijding werd eveneens niet aanvaard. Gezien deze omstandigheden verklaarde de Raad het verzet niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn.