ECLI:NL:CRVB:2006:AY6550
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terug te komen van WAO-dagloonbesluit wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, waarin het beroep tegen het besluit van het UWV om niet terug te komen op een eerder vastgesteld WAO-dagloon ongegrond werd verklaard.
De rechtbank had geoordeeld dat appellante geen nieuwe feiten of omstandigheden (nova) had aangevoerd die het UWV zouden verplichten het besluit te herzien. Ook was er geen sprake van strijd met geschreven of ongeschreven rechtsregels of algemene rechtsbeginselen.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft deze beoordeling en wijst erop dat het Jaarboek SFB, door appellante aangevoerd als nieuw feit, niet relevant is omdat het pas na het oorspronkelijke besluit verscheen en appellante eerder de mogelijkheid had het besluit aan te vechten.
De Raad ziet geen grond om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb en bevestigt de aangevallen uitspraak. Het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om terug te komen op het WAO-dagloonbesluit wegens het ontbreken van nieuwe feiten.