ECLI:NL:CRVB:2006:AY6551
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Zorgvuldigheid bij beoordeling geschiktheid voor werk bij gedeeltelijke WAO-uitkering
Appellante, werkzaam als telefoniste/receptioniste, meldde zich ziek op 5 maart 2001 terwijl zij naast een WAO-uitkering ook een WW-uitkering ontving. Het UWV verklaarde haar per 22 maart 2001 geschikt voor de in het kader van de WAO voorgehouden functies, zonder rekening te houden met haar werk als telefoniste/receptioniste.
De rechtbank Amsterdam vernietigde het besluit van het UWV wegens onzorgvuldigheid, omdat het UWV onvoldoende informatie had ingewonnen bij de behandelend anesthesioloog. De rechtbank liet echter de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Appellante ging in hoger beroep tegen deze beslissing.
De Raad oordeelt dat het UWV niet met de vereiste zorgvuldigheid heeft gehandeld door geen rekening te houden met het werk als telefoniste/receptioniste. Het UWV moet een nieuw besluit nemen waarbij deze werkzaamheden worden betrokken. De Raad bevestigt tevens dat de proceskostenvergoeding van € 322,-- door de rechtbank terecht is vastgesteld en wijst een volledige vergoeding van de gemaakte proceskosten af.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 16 augustus 2006 en het UWV wordt opgedragen het griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onzorgvuldigheid en er wordt een nieuw besluit op bezwaar bevolen.