ECLI:NL:CRVB:2006:AY6553
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Herziening WAZ-uitkering op grond van juiste vaststelling belastbaarheid arbeidsongeschiktheid
Betrokkene ontving sinds 1991 een arbeidsongeschiktheidsuitkering, die in 1998 werd voortgezet onder de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ). Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) trok de uitkering per 27 augustus 1998 in, wat leidde tot een juridische procedure. De rechtbank Assen stelde in eerdere uitspraken vast dat betrokkene voor 38 uur per week belastbaar was en dat de mate van arbeidsongeschiktheid 49% bedroeg.
In een besluit van 6 augustus 2002 herzag appellant de intrekking en stelde opnieuw vast dat betrokkene voor 38 uur per week belastbaar was, maar hield vast aan een hogere mate van arbeidsongeschiktheid (45-55%). De rechtbank vernietigde dit besluit en bepaalde dat betrokkene recht had op een uitkering gebaseerd op 45-55% arbeidsongeschiktheid.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de urenbelasting van 38 uur per week niet meer ter discussie staat, omdat betrokkene dit niet met medische gegevens heeft betwist. Op basis hiervan en een deskundigenrapport wordt de mate van arbeidsongeschiktheid herzien naar 25-35%. De Raad vernietigt het eerdere besluit voor zover het uitging van 45-55% en wijzigt de uitkering dienovereenkomstig. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: De WAZ-uitkering van betrokkene wordt per 27 augustus 1998 herzien naar een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%.