ECLI:NL:CRVB:2006:AY6578
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit WAZ-uitkering en verplichting tot nieuw besluit met schadebeoordeling
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank Zwolle die het besluit van 3 juli 2003 inzake de WAZ-uitkering ten aanzien van betrokkene vernietigde. De rechtbank oordeelde dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was, met name over de geschiktheid van betrokkene voor bepaalde functiecodes en zijn vermogen om met conflicten om te gaan.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat de medische grondslag ontbrak in het oorspronkelijke besluit en dat het besluit terecht is vernietigd. Hoewel het hoger beroep van appellant slaagt, leidt dit niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank omdat appellant haar oorspronkelijke standpunt niet handhaaft.
De Raad stelt dat het aan appellant is om een nieuw besluit te nemen, waarbij ook het recht op schadevergoeding moet worden beoordeeld. De Raad ziet thans geen aanleiding om zich uit te spreken over de schadevergoeding, aangezien hierover nog geen besluit is genomen.
Verder veroordeelt de Raad het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene in hoger beroep, begroot op € 683,90. De uitspraak is gedaan op 18 augustus 2006 door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het besluit van 3 juli 2003 is terecht vernietigd en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen moet een nieuw besluit nemen waarin ook het recht op schadevergoeding wordt beoordeeld.