ECLI:NL:CRVB:2006:AY6584
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.Th. Wolleswinkel
- R. Kooper
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op verlengde bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering bij vermeende beroepsziekte
Appellante was sinds 1980 in dienst van de provincie Noord-Holland en kreeg wegens ziekte eervol ontslag. Zij vordert in hoger beroep erkenning van een beroepsziekte volgens de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies (CAP) om aanspraak te maken op een verlengde bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering.
De Raad beoordeelt de aard en oorzaak van de ziekte, waarbij medische verklaringen geen eenduidige diagnose geven en slechts één arts een causaal verband met het werk vermoedt, maar zonder eigen onderzoek. De bedrijfsarts concludeert dat de werkomstandigheden niet in overwegende mate hebben bijgedragen aan de klachten.
De Raad acht de stelling van appellante dat zij overmatig beeldschermwerk verrichtte en dat de werkplek niet aan ARBO-normen voldeed onvoldoende aannemelijk. Ook andere activiteiten van appellante en mogelijke erfelijke factoren kunnen de klachten verklaren.
Hierdoor wordt het beroep van appellante verworpen en wordt het besluit van Gedeputeerde Staten bevestigd. Er wordt geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt afgewezen en het besluit van Gedeputeerde Staten wordt bevestigd.