ECLI:NL:CRVB:2006:AY6588
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering arbeidsongeschiktheid
Appellant, die wegens KNO- en psychische klachten arbeidsongeschikt was verklaard, kreeg zijn WAO-uitkering beëindigd door het UWV. Hij voerde aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn klachten en dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek niet correct was uitgevoerd, mede door taalbarrières en het ontbreken van overleg met zijn huisarts.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en sloot zich aan bij de medische en arbeidskundige rapportages. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het geneeskundig onderzoek zorgvuldig was en dat geen objectieve medische aanwijzingen zijn dat de beperkingen onjuist zijn vastgesteld. Wel stelde de Raad dat de arbeidskundige motivering in het oorspronkelijke besluit ontbrak, maar dat deze in hoger beroep alsnog voldoende is onderbouwd.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, maar laat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand conform artikel 8:72 Awb Pro. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de WAO-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.