ECLI:NL:CRVB:2006:AY6591
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen uitleg en overzicht betalingen UWV
Appellant ontving vanaf december 1998 een WW-uitkering, gebaseerd op een arbeidspatroon van gemiddeld 36 uur per week. Na het verrichten van werkzaamheden en daaropvolgende werkloosheid per januari 2000, werd een nieuwe WW-uitkering toegekend op basis van 25 uur per week. Appellant maakte bezwaar tegen de hoogte van zijn uitkeringen, met name over vermeende inhoudingen op spaarloon.
Het UWV reageerde met een brief van 31 december 2004, waarin een overzicht van betalingen en uitleg over de wettelijke grondslag werd gegeven. Appellant diende daarop een brief in van 5 januari 2005, die door het UWV als bezwaar werd aangemerkt. Omdat appellant geen besluit kon aanwijzen waartegen het bezwaar was gericht, verklaarde het UWV het bezwaar niet-ontvankelijk.
De rechtbank Dordrecht bevestigde dit oordeel en stelde dat de brief van 31 december 2004 geen besluit was in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat deze slechts een uitleg en overzicht bevatte zonder zelfstandige rechtsgevolgen. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat de brief niet kwalificeert als een besluit, waardoor het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant tegen de brief van het UWV wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de brief geen besluit is.