ECLI:NL:CRVB:2006:AY6619
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op ziekengeld bij arbeidsongeschiktheid uitzendkracht onder ABU-CAO
Betrokkene trad op 10 februari 2003 in dienst bij Uitzendorganisatie DPS onder een arbeidsovereenkomst met uitzendbeding en toepasselijkheid van de ABU-CAO. Na ziekmelding op 12 maart 2003 weigerde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) ziekengeld toe te kennen, stellende dat betrokkene recht had op loonbetaling door de uitzendorganisatie op grond van artikel 7:629 BW Pro.
De rechtbank verklaarde de beroepen van betrokkene gegrond en oordeelde dat het uitzendbeding en de ABU-CAO van toepassing waren, waardoor het beroep van appellant op nietigheid van de CAO-bepaling werd verworpen. De Raad volgde dit oordeel en stelde vast dat artikel 9, zesde lid, tweede volzin van de ABU-CAO onderdeel uitmaakt van de arbeidsovereenkomst.
Ten aanzien van de tweede ziekmelding op 19 mei 2003 concludeerde de Raad dat de arbeidsovereenkomst na herstel was voortgezet met hernieuwde ondertekening, waardoor ook voor deze periode het uitzendbeding en de ABU-CAO van toepassing waren. Hierdoor had betrokkene ook recht op ziekengeld voor deze periode.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak, veroordeelde appellant in de proceskosten van betrokkene en legde een recht van € 422,- op aan het UWV.
Uitkomst: Betrokkene heeft recht op ziekengeld ingevolge de Ziektewet omdat de arbeidsovereenkomst met uitzendbeding en toepasselijkheid van de ABU-CAO dit recht bevestigt.