ECLI:NL:CRVB:2006:AY6644
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vervolgaanvraag vergoeding zwemabonnement WUV bevestigd
Appellant, geboren in 1927 en erkend als vervolgingsslachtoffer, diende een vervolgaanvraag in voor vergoeding van kosten van een zwemabonnement. Deze aanvraag werd aanvankelijk afgewezen omdat zwemmen zonder professionele begeleiding niet als medisch noodzakelijk werd beschouwd volgens een nieuw beleid van verweerster. Na vernietiging van dit besluit door de Raad werd een vergoeding toegekend voor de periode van 1 maart 2004 tot en met 31 december 2008, met erkenning van een verband tussen rugklachten en vervolging.
Appellant stelde beroep in tegen de beperkte duur van de vergoeding en de nieuwe criteria die verweerster hanteerde. De Raad oordeelde dat verweerster conform de geldende richtlijnen handelde en dat het beperken van de duur van voorzieningen gebruikelijk is om de noodzaak periodiek te evalueren. Er waren geen omstandigheden die een andere beoordeling rechtvaardigden.
Daarnaast verklaarde de Raad het beroep niet-ontvankelijk voor het deel dat betrekking had op een voornemen in een toelichtende brief, omdat dit geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht was. Het beroep werd voor het overige ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de vergoeding voor het zwemabonnement wordt slechts voor een beperkte duur toegekend.