ECLI:NL:CRVB:2006:AY6659
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag periodieke WUBO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante diende meerdere aanvragen in voor een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (WUBO). In 1996 werd haar psychische invaliditeit erkend, maar een periodieke uitkering werd geweigerd omdat haar werkbeëindiging in 1990 niet werd toegeschreven aan oorlogsinvaliditeit. Latere aanvragen, waaronder een in 2005 met een rapport van psychiater Van der Veer, werden eveneens afgewezen.
De Raad beoordeelde of het bestreden besluit, dat de aanvraag afwijst, stand kan houden. De toetsing is terughoudend vanwege de discretionaire bevoegdheid van verweerster en het meermalen herhaalde karakter van de aanvraag. Nieuwe feiten of omstandigheden die aanleiding geven tot herziening zijn niet gebleken.
De geneeskundig adviseur concludeerde dat het rapport van Van der Veer geen relevante nieuwe informatie bevatte, mede omdat in 1996 PTSS-symptomen nadrukkelijk werden onderzocht zonder dat toen PTSS werd vastgesteld. Ook de diagnose PTSS in 2004 impliceert niet dat in 1990 sprake was van een blijvende invaliditeit die werkhervatting onmogelijk maakte.
De Raad vond geen grond voor het inschakelen van een onafhankelijk deskundige of voor vergoeding van proceskosten. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de herhaalde aanvraag voor een periodieke WUBO-uitkering wordt bevestigd.