ECLI:NL:CRVB:2006:AY6668
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV wegens ondeugdelijke arbeidskundige onderbouwing bij WAO-schatting
Appellant, voormalig werkzaam in de bouw en later in de zorg, ontving een WAO-uitkering vanwege rug- en knieklachten. Na herbeoordelingen en een nieuwe functieselectie werd zijn arbeidsongeschiktheid verminderd van 80-100% naar 35-45%. Het UWV verklaarde het bezwaar van appellant tegen deze herziening ongegrond.
De rechtbank vernietigde het eerste besluit van het UWV vanwege een discrepantie tussen de vastgestelde belastbaarheid en de functiebelastingen van geselecteerde functies. Het UWV nam een nieuw besluit op bezwaar, dat opnieuw het bezwaar ongegrond verklaarde. De Raad oordeelt dat ook dit tweede besluit ondeugdelijk is omdat de arbeidskundige onderbouwing niet aansluit bij de medische beperkingen, met name op het gebied van knielen, kruipen en hurken.
De Raad bevestigt de medische beperkingen en stelt vast dat het UWV bij de functieselectie onjuiste belastbaarheidscijfers gebruikte, waardoor functies onterecht werden geselecteerd. Daarom vernietigt de Raad het tweede besluit en beveelt het UWV een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens ondeugdelijke arbeidskundige onderbouwing en het UWV dient een nieuw besluit op bezwaar te nemen.