ECLI:NL:CRVB:2006:AY6683
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering na wachttijd wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de weigering van het UWV om een WAO-uitkering toe te kennen na afloop van de wachttijd van 52 weken, omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. Het UWV heeft het bezwaar van appellant ongegrond verklaard en de rechtbank heeft deze beslissing bevestigd.
De Centrale Raad van Beroep heeft het beroep behandeld en overwogen dat het medisch onderzoek naar de beperkingen van appellant zorgvuldig en zonder tekortkomingen is uitgevoerd. De verzekeringsarts heeft appellant onderzocht en informatie ingewonnen bij diverse medisch specialisten, waaronder een orthopedisch chirurg en de huisarts. Uit deze onderzoeken blijkt geen objectiveerbare beperking die een hogere mate van arbeidsongeschiktheid rechtvaardigt.
De functionele mogelijkhedenlijst (FML) is opgesteld op basis van deze informatie en geeft een licht verminderde belastbaarheid aan, met name voor duwen, trekken, zware lasten hanteren en klimmen. De bezwaarverzekeringsarts heeft appellant eveneens onderzocht en de medische stukken bestudeerd, en heeft geen aanleiding gezien om de FML aan te passen.
Gezien het ontbreken van arbeidskundige bezwaren en het ontbreken van medische tekortkomingen, concludeert de Raad dat de schatting van de arbeidsongeschiktheid op goede gronden berust. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en weigering WAO-uitkering bevestigd wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.