ECLI:NL:CRVB:2006:AY6688
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum WAJONG-uitkering bij late aanvraag wegens onbekendheid
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank die zijn beroep tegen het besluit van het UWV ongegrond verklaarde. Het geschil betreft de ingangsdatum van de WAJONG-uitkering en de vraag of er sprake is van een bijzonder geval dat een eerdere toekenning rechtvaardigt.
De rechtbank had vastgesteld dat appellant pas in 1999 een aanvraag indiende, omdat hij toen pas op de hoogte was van de mogelijkheid tot het aanvragen van een WAJONG-uitkering. Onbekendheid met deze mogelijkheid vormt volgens vaste jurisprudentie geen grond voor een bijzonder geval. Ook het feit dat de sociale dienst appellant niet doorverwees, leidt niet tot een ander oordeel.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat het wettelijke stelsel, zoals neergelegd in artikel 29 van Pro de WAJONG, uitgangspunt is en bevestigt de aangevallen uitspraak. De Raad wijst het hoger beroep af en oordeelt dat de uitkering niet eerder kan ingaan dan een jaar voor de datum van de aanvraag. Tevens komt de door appellant gevorderde schadevergoeding niet voor toekenning in aanmerking.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de ingangsdatum van de WAJONG-uitkering blijft maximaal een jaar voor de aanvraagdatum.