ECLI:NL:CRVB:2006:AY6787
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Weigering ziekengeld wegens ontbreken causaal verband met zwangerschap en bevalling
Appellante, werkzaam als kapster, meldde zich ziek met klachten van vermoeidheid, hoofdpijn, rug- en schildklierproblemen na haar bevallingsverlof. Het UWV weigerde ziekengeld omdat deze klachten niet direct voortvloeiden uit de zwangerschap of bevalling.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij zwaar woog op het rapport van de bezwaarverzekeringsarts. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel, stellende dat het medisch dossier en de rapporten geen causaal verband aantonen tussen de zwangerschap/bevalling en de arbeidsongeschiktheid.
De Raad benadrukt dat de klachten pas na het biologische kraambed ontstonden en dat na drie maanden na de bevalling een causaal verband kritisch moet worden beoordeeld. De conclusie is dat er geen medisch verantwoord verband bestaat, zodat het bestreden besluit wordt bekrachtigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld wegens het ontbreken van een causaal verband met zwangerschap of bevalling.