ECLI:NL:CRVB:2006:AY6837
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens passendheid geduide functies en beperkingen
Appellante, werkzaam als produktiemedewerkster, viel uit met psychische klachten en ontving een WAO-uitkering van 80-100%. Het Uwv trok deze uitkering in per 2 juli 2001 wegens een afgenomen arbeidsongeschiktheid tot minder dan 15%. De rechtbank Breda vernietigde een eerder besluit, waarna het Uwv opnieuw het bezwaar ongegrond verklaarde. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat haar beperkingen niet juist waren vastgesteld, met onvoldoende rekening gehouden met haar lichamelijke en psychische klachten, waaronder een littekenbreuk en nekklachten. Tevens betwistte zij de passendheid van de geduide functies vanwege te hoge belasting, opleidingseisen en gebrek aan computerervaring.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek niet ondeugdelijk was en dat de beperkingen niet waren onderschat. De discrepantie over duwen en trekken werd niet relevant geacht omdat geen van de functies deze belasting kende. De klacht over reiken werd te laat ingebracht en niet geobjectiveerd. De Raad achtte de functies passend en vond dat appellante zich computergebruik snel eigen kan maken. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de beperkingen juist zijn vastgesteld en de geduide functies passend zijn.