ECLI:NL:CRVB:2006:AY6857
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens niet-beschikbaarheid voor arbeid door gezondheidstoestand
Appellant heeft beroep ingesteld tegen de weigering van het UWV om hem een WW-uitkering toe te kennen, omdat hij volgens het UWV niet beschikbaar was voor arbeid. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat appellant zich vanwege zijn gezondheidstoestand niet beschikbaar heeft gesteld voor de arbeidsmarkt. Uit de stukken blijkt dat appellant geen activiteiten heeft ondernomen die duiden op feitelijke beschikbaarheid, zoals sollicitaties, inschrijving bij uitzendbureaus of raadpleging van vacaturebanken.
Daarmee is het standpunt van het UWV dat appellant niet beschikbaar was voor werk terecht. De Raad ziet geen aanleiding om af te wijken van de eerdere uitspraak en bevestigt de weigering van de WW-uitkering.
Uitkomst: De WW-uitkering wordt geweigerd omdat appellant niet beschikbaar was voor arbeid.