ECLI:NL:CRVB:2006:AY6883
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vergoeding dijbeenlift wegens ontbreken medische criteria
Appellante verzocht CZ om vergoeding van een plastisch-chirurgische behandeling, een dijbeenlift aan beide zijden. CZ wees dit verzoek af omdat niet voldaan werd aan de criteria van artikel 2 van Pro de Regeling medisch-specialistische zorg Ziekenfondswet, die vergoeding alleen toestaat bij verminking of aantoonbare lichamelijke functiestoornissen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat psychische klachten geen wettelijke grondslag bieden voor vergoeding. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij zowel psychische als lichamelijke pijn ervaart en dat er medische fouten zijn gemaakt, maar dit werd door de Raad niet als voldoende gegrond beschouwd.
De Raad baseerde zich op het medisch advies van CZ’s medisch adviseur, die geen onderbouwing vond voor de pijnklachten en bevestigde dat de aanvraag niet voldeed aan de criteria. Ook het argument van een voortgezette behandeling werd verworpen omdat de dijbeenlift niet strekt tot het beoogde resultaat van eerdere operaties.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het verzoek om vergoeding af, zonder appellante te veroordelen in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de vergoeding voor de dijbeenlift wegens het ontbreken van medische criteria.