ECLI:NL:CRVB:2006:AY6885
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op toeslag en terugvordering ondanks financiële problemen
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin het beroep tegen het besluit van het UWV ongegrond werd verklaard. Het UWV had het recht op toeslag beëindigd met ingang van 21 oktober 2001 en de terugvordering van onverschuldigd betaalde toeslag over de periode tot en met 31 augustus 2003 vastgesteld.
De Raad neemt de feiten over zoals vastgesteld door de rechtbank en oordeelt dat de intrekking van de toeslag en de terugvordering op goede gronden berusten, ook al zou het UWV slordig zijn omgegaan met de verstrekte informatie. Fouten van het UWV vormen geen dringende reden om af te zien van terugvordering.
Appellante voerde financiële problemen aan, maar de Raad sluit zich aan bij de overwegingen van de rechtbank dat dit geen reden is om de terugvordering te staken. Wel informeert de Raad dat appellante een verzoek tot kwijtschelding kan indienen indien binnen vijf jaar niet tot invordering wordt overgegaan, rekening houdend met haar inkomen.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en ziet geen gronden om af te wijken van het bestreden besluit.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van het recht op toeslag en de terugvordering van onverschuldigd betaalde toeslag.