ECLI:NL:CRVB:2006:AY6895
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging ziekengeld op basis van laatstelijk verrichte arbeid
Appellant was sinds eind 1988 arbeidsongeschikt wegens rugklachten en ontving een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Vanaf 1 juli 2002 werkte hij tijdelijk 40 uur per week als medewerker financiën en administratie bij Manga Arbodienst Haaglanden B.V. In december 2002 staakte hij zijn werk vanwege rug- en psychische klachten. Het UWV beëindigde het ziekengeld per 16 juni 2003, omdat appellant niet ongeschikt werd geacht voor zijn laatstelijk verrichte arbeid.
De rechtbank vernietigde dit besluit wegens een onjuiste maatstaf voor 'zijn arbeid', maar handhaafde de rechtsgevolgen. De Centrale Raad van Beroep bevestigde het bestreden besluit en oordeelde dat de maatstaf arbeid de laatstelijk feitelijk verrichte arbeid betreft, niet de tijdelijke verzwarende omstandigheden door de verhuizing van het werkadres.
Medische rapporten en een arbeidskundig rapport toonden aan dat appellant geschikt was voor het werk als financieel en administratief medewerker, ondanks de tijdelijke extra fysieke belasting tijdens de verhuizing. De Raad vond geen reden om het besluit te wijzigen en wees een beroep op artikel 8:75 Awb Pro af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot beëindiging van het ziekengeld omdat appellant geschikt werd geacht voor zijn laatstelijk verrichte arbeid.