ECLI:NL:CRVB:2006:AY6960
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na beoordeling medisch onderzoek
Appellant ging in hoger beroep tegen het besluit van het UWV tot herziening van zijn WAO-uitkering, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid werd verhoogd van 25-35% naar 35-45% per 10 april 2002. Hij stelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek onvolledig en ondeugdelijk was, mede vanwege ernstige lichamelijke en psychische beperkingen die onvoldoende waren meegewogen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. Zowel de verzekeringsarts als de bezwaarverzekeringsarts hadden appellant onderzocht en een belastbaarheidspatroon opgesteld dat de beperkingen adequaat weerspiegelde. De door appellant overgelegde rapportages van revalidatie-arts, psychiater en psycholoog boden geen grondslag om het oordeel van het UWV te verwerpen.
De Raad concludeerde dat het UWV de belastbaarheid van appellant niet onjuist had beoordeeld en dat het bestreden besluit in stand kon blijven. De rechtbank Maastricht had het beroep tegen dit besluit reeds ongegrond verklaard, en de Raad bevestigde deze uitspraak. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.