ECLI:NL:CRVB:2006:AY6982
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- K.J. Kraan
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van bijzondere vertrekregeling en hoogte vervolguitkering ontslagen ambtenaren
Betrokkenen waren hoofd afdeling Invordering en hoofd Secretariaat bij de Bouw- en Woningdienst van de gemeente Amsterdam en kregen ontslag met wachtgeld toegekend tot 1 april 2003. Vervolgens werd een vervolguitkering toegekend op grond van de gemeentelijke Wachtgeldverordening, maar tegen een lager percentage dan waar betrokkenen aanspraak op maakten. De rechtbank had de besluiten vernietigd omdat zij aannemelijk achtte dat er een bijzondere regeling was getroffen.
In hoger beroep betwistte de gemeente dat een afwijkend besluit was genomen of dat er een rechtsgeldige toezegging was gedaan. De Raad stelde vast dat er voorafgaand aan het ontslag onderhandelingen waren gevoerd en dat uit stukken bleek dat een hoger percentage van 57,24% was berekend en voorgesteld. Dit werd bevestigd door getuigenverklaringen en schriftelijke verklaringen van betrokken functionarissen.
De Raad oordeelde dat betrokkenen erop mochten vertrouwen dat de besluitvorming over het ontslag en wachtgeld overeenkomstig het bereikte akkoord had plaatsgevonden, ondanks dat het percentage niet expliciet in de besluiten was opgenomen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat betrokkenen recht hebben op een vervolguitkering op basis van een bijzondere regeling met een hoger percentage dan de standaard wachtgeldregeling.