ECLI:NL:CRVB:2006:AY7616
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij WAO-schatting
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering, berekend op 80-100% arbeidsongeschiktheid, per 25 mei 2005 in te trekken omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. Dit bezwaar werd door het UWV ongegrond verklaard, waarna de rechtbank het beroep van appellante ongegrond verklaarde.
Appellante stelde vervolgens hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep. Tijdens de procedure nam het UWV op 13 juni 2006 een nieuwe beslissing op bezwaar waarin het bezwaar van appellante alsnog gegrond werd verklaard en haar arbeidsongeschiktheid met ingang van 25 mei 2005 op 80-100% werd vastgesteld.
De Raad stelde vast dat hierdoor het geschil tussen partijen was komen te vervallen en appellante geen procesbelang meer had bij het hoger beroep. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na nieuwe beslissing op bezwaar.