ECLI:NL:CRVB:2006:AY7622
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WUBO-uitkering wegens ontbreken van werkbeëindiging door invaliditeit
Appellant, geboren in 1931, diende in maart 2004 een aanvraag in voor een uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (WUBO) vanwege psychische en lichamelijke klachten door oorlogservaringen tijdens de Japanse bezetting in Nederlands-Indië. Verweerster erkende hem als getroffene en kende een toeslag en voorzieningen toe, maar wees de periodieke uitkering af omdat appellant nooit zijn werkzaamheden in zijn beroep heeft moeten beëindigen of verminderen door invaliditeit.
Appellant voerde aan dat hij levenslang last had van concentratieproblemen en niet goed kon functioneren, en betwijfelde of de keurend psychiater voldoende op de hoogte was van zijn ervaringen. De Raad heropende het onderzoek en vroeg aanvullende stukken op, waaronder medische rapporten. Psychiater Witte stelde vast dat appellant leed aan een volledige posttraumatische stressstoornis met causaal verband, maar dat dit niet had geleid tot werkbeëindiging of blijvende vermindering.
Uit het sociaal rapport en verklaringen bleek dat appellant sinds 1952 beroepsmilitair was geweest tot zijn pensionering in 1986, waarbij hij weliswaar enkele functiewijzigingen had doorgevoerd vanwege psychische klachten, maar zonder inkomensverlies. De Raad vond geen aanleiding om het medisch oordeel te betwijfelen en concludeerde dat geen sprake was van inkomensschade door werkbeëindiging. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de periodieke WUBO-uitkering bevestigd.