ECLI:NL:CRVB:2006:AY7634
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- J.G. Treffers
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag periodieke uitkering oorlogsgetroffene wegens gebrek aan hechte band met Nederland
Appellante, geboren in 1924 te Berlijn, vluchtte in 1937 met haar Joodse ouders naar Nederland. Na de deportatie en moord op haar ouders werd zij zelf geïnterneerd in kamp Vught en later gedeporteerd naar verschillende concentratiekampen. Na de bevrijding keerde zij terug naar Nederland maar vertrok kort daarna naar Palestina, waar zij zich vestigde en de Israëlische nationaliteit verkreeg.
Zij vroeg in 2003 een periodieke uitkering aan op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Deze aanvraag werd afgewezen omdat zij niet voldeed aan de nationaliteits- en territorialiteitsvereisten en geen hechte en duurzame verbondenheid met Nederland kon aantonen. De Raad toetste het bestreden besluit met terughoudendheid gezien de discretionaire bevoegdheid van verweerster.
De Raad oordeelde dat appellante minder dan tien jaar in Nederland heeft gewoond en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een uitzondering rechtvaardigen. Het feit dat zij dwangarbeid verrichtte voor een Nederlands bedrijf in gevangenschap werd niet als een uiting van verbondenheid met Nederland gezien. Het beroep werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een periodieke uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van een hechte en duurzame verbondenheid met Nederland.