ECLI:NL:CRVB:2006:AY7635
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Terugvordering te veel betaalde uitkering niet mogelijk bij verwijtbare late definitieve vaststelling
Appellante ontving een periodieke uitkering als nagelaten betrekking van haar overleden echtgenoot, erkend als burger-oorlogsslachtoffer. Verweerster stelde de uitkering over 2003 definitief vast op 31 januari 2005, waarbij een bedrag van €2.484,55 te veel was betaald en teruggevorderd werd.
Appellante voerde aan dat zij het benodigde inlichtingenformulier tijdig had ingediend en dat de terugvordering onredelijk was omdat verweerster pas laat actie ondernam. De Raad oordeelde dat de definitieve vaststelling volgens artikel 60 van Pro de Wet binnen het kalenderjaar volgend op het uitkeringsjaar moet plaatsvinden, tenzij noodzakelijke gegevens ontbreken.
Verweerster had interne richtlijnen voor spoedige afhandeling, maar paste deze niet toe bij appellante, waardoor de definitieve vaststelling te laat plaatsvond. Dit werd als verwijtbaar beschouwd, waardoor terugvordering niet meer mogelijk was.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en het daaraan ten grondslag liggende terugvorderingsbesluit, veroordeelde verweerster in de proceskosten en bepaalde dat het griffierecht aan appellante wordt vergoed.
Uitkomst: De terugvordering van te veel betaalde uitkering over 2003 wordt vernietigd wegens verwijtbare te late definitieve vaststelling.