ECLI:NL:CRVB:2006:AY7642
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Terugvordering teveel betaalde WUV-uitkering van nalatenschap
De erven van een overledene hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad om een teveel betaalde uitkering krachtens de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (WUV) terug te vorderen.
De Raad oordeelt dat artikel 59a van de Wet een wettelijke grondslag biedt voor terugvordering van teveel betaalde uitkeringen, ook van de nalatenschap van de overledene. Dit volgt uit het dwingendrechtelijke karakter van de bepaling en de samenhang met het erfrecht.
De erven hebben niet betwist dat de definitieve vaststelling van de uitkering juist is, waardoor de hoogte van de terugvordering vaststaat. Ook het verweer dat de overledene niet verwijtbaar heeft gehandeld en de teveel betaalde uitkering niet heeft kunnen onderkennen, leidt niet tot een andere uitkomst.
De Raad verklaart het beroep ongegrond en wijst een vergoeding van proceskosten af. De terugvordering van de teveel betaalde uitkering blijft gehandhaafd en kan worden verhaald op de nalatenschap van de overledene.
Uitkomst: Het beroep van de erven wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de teveel betaalde uitkering blijft gehandhaafd.