ECLI:NL:CRVB:2006:AY7705
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Geen erkenning als burgeroorlogsslachtoffer wegens ontbreken causale relatie met internering
Appellant, geboren in 1943 in Nederlands-Indië, verzocht om erkenning als burgeroorlogsslachtoffer op grond van klachten die hij toeschrijft aan zijn internering tijdens de Bersiap periode.
Verweerster wees de aanvraag af omdat geen sprake was van lichamelijke of psychische klachten die direct gerelateerd konden worden aan de internering in huize Soepardan, waar appellant van december 1945 tot februari 1946 verbleef.
Appellant verwees naar medisch rapport van psychiater Corstens en informatie van zijn huisarts, stellende dat er psychische klachten zijn door de internering. De Raad volgde echter het advies van de geneeskundig adviseur, die oordeelde dat de internering geen significante bijdrage leverde aan de angststoornis van appellant.
De Raad stelde vast dat andere factoren, zoals algemene oorlogservaringen, verlies van familieleden en een moeilijke jeugd, bepalend waren voor de klachten. Het beroep werd ongegrond verklaard omdat de internering niet causaal verbonden was aan de klachten.
De Raad zag geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en handhaafde het besluit van verweerster.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat geen causale relatie is vastgesteld tussen de internering en de psychische klachten van appellant.