ECLI:NL:CRVB:2006:AY7745
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Overschrijding bezwaartermijn bij aanvraag huishoudelijke hulp niet verschoonbaar
Appellant, een uitkeringsgerechtigde op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, diende in oktober 2004 een vervolgaanvraag in voor vergoeding van huishoudelijke hulp. Verweerster keurde deze aanvraag bij besluit van 29 december 2004 goed met ingang van 1 oktober 2004.
Appellant diende het bezwaarschrift echter pas op 3 maart 2005 in, ruim na de wettelijke termijn van zes weken. Verweerster verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van deze termijn. Appellant stelde dat hij in verwarring was over de betekenis en uitvoering van het besluit, waardoor hij te laat was met bezwaar.
De Raad oordeelde dat de bezwaartermijn een fatale termijn is en dat appellant geen gegronde reden had om het verzuim te verontschuldigen. Verweerster had in het besluit duidelijk gewezen op de termijn en de noodzaak om binnen zes weken schriftelijk te melden dat bezwaar werd gemaakt. Daarom kon het beroep niet slagen en werd het beroep ongegrond verklaard zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens niet-verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.