ECLI:NL:CRVB:2006:AY7747
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- J.G. Treffers
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Weigering gelijkstelling met vervolging vergelijkbare omstandigheden onder Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945
Appellante, geboren in 1937 in het voormalige Nederlands-Indië, verzocht om erkenning als vervolgde of gelijkstelling met de vervolgde op grond van gezondheidsklachten die zij toeschreef aan haar internering in kamp Paspan en het gewelddadig wegvoeren van haar moeder en halfbroer door de Japanners. Verweerster wees dit verzoek af omdat niet kon worden vastgesteld dat appellante vervolging in de zin van de Wet had ondergaan, noch dat haar omstandigheden vergelijkbaar waren met vervolging.
De Raad stelde vast dat het verblijf in kamp Paspan volgens historische bronnen niet valt onder vrijheidsberoving zoals bedoeld in de Wet, mede omdat bewoners zich relatief vrij konden bewegen. Ook het verblijf in andere kampen viel buiten de werkingssfeer van de Wet, omdat deze in de Bersiap-periode plaatsvond. De Raad oordeelde dat de beleidsvrijheid van verweerster bij de gelijkstelling met vervolgden discretionair is en dat het bestreden besluit terughoudend moet worden getoetst.
Verder oordeelde de Raad dat de halfbroer niet als oudervervangend persoon kan worden beschouwd, mede omdat de biologische vader de oorlog overleefde en terugkeerde. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van gelijkstelling met vervolging vergelijkbare omstandigheden wordt gehandhaafd.