ECLI:NL:CRVB:2006:AY7980
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding griffierecht toegekend na niet-ontvankelijkverklaring beroep kinderbijslag
Appellante stelde beroep in tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) over terugvordering van te veel betaalde kinderbijslag. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de Svb het bestreden besluit niet langer handhaafde, waardoor appellante geen belang meer had bij een inhoudelijk oordeel.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze niet-ontvankelijkverklaring, omdat het bestreden besluit geen invloed had op de verdere kinderbijslag. Wel oordeelde de Raad dat de rechtbank ten onrechte geen griffierechtvergoeding aan appellante had toegekend, aangezien haar beroep mede heeft geleid tot het niet langer handhaven van het besluit door de Svb.
De Raad vernietigde daarom het deel van de uitspraak dat geen griffierechtvergoeding bevatte en bepaalde dat de Svb het betaalde griffierecht van €132 aan appellante moet vergoeden. Vergoeding van overige proceskosten werd afgewezen wegens gebrek aan bewijs.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard, maar appellante krijgt vergoeding van het griffierecht toegekend.