ECLI:NL:CRVB:2006:AY8022
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin de intrekking van zijn WAO-uitkering werd bevestigd. Het Uwv had de uitkering ingetrokken per 9 juli 2001 op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.
Medisch onderzoek door een psychiater, internist en verzekeringsarts leidde tot een belastbaarheidspatroon en selectie van passende functies. De Raad oordeelde dat het Uwv de medische beperkingen van appellant niet had onderschat en dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. De internist achtte appellant geschikt voor een volledige dagtaak zonder beperkingen, terwijl de psychiater geen uitspraak deed over arbeidsmogelijkheden.
De geselecteerde functies waren representatief en geschikt voor appellant. De Raad zag geen aanleiding om het besluit van het Uwv te vernietigen en bevestigde de eerdere uitspraak. Een verzoek om aanhouding van de zaak werd afgewezen vanwege tijdige kennisname en voorbereiding. Er werd geen kostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.