ECLI:NL:CRVB:2006:AY8163
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WAO-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, een voormalige groepsleerkracht, meldde zich ziek wegens psychische klachten en ontving een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een eerstejaars herbeoordeling vroeg het UWV een medische expertise aan bij een zenuwarts, die concludeerde dat appellante niet meer arbeidsongeschikt was door ziekte of gebrek.
Het UWV beëindigde daarop de WAO-uitkering en verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond. De rechtbank Zutphen handhaafde dit besluit. In hoger beroep stelde appellante dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat haar ziektebeeld onvoldoende werd erkend, mede omdat de behandelend psycholoog en andere artsen een langdurige relatie met haar hadden.
De Raad overwoog dat het UWV een zorgvuldig onderzoek had verricht, waarbij de verzekeringsarts in overleg een expertise had aangevraagd. De bezwaarverzekeringsarts gaf in haar rapport gemotiveerd aan waarom de conclusies van de zenuwarts zwaarder wogen dan de visie van de behandelend psycholoog. De Raad vond geen gronden om het besluit te vernietigen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot beëindiging van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.