ECLI:NL:CRVB:2006:AY8175
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit en toekenning renteschade en proceskostenvergoeding door Centrale Raad van Beroep
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Roermond die het beroep tegen een besluit van het UWV ongegrond verklaarde. Het bestreden besluit betrof de herziening en terugvordering van toeslagen over 2000-2001 en een boete wegens schending van de mededelingsplicht.
Tijdens de procedure gaf het UWV aan het bestreden besluit niet langer te handhaven, waarna appellant zich met dit standpunt kon verenigen en vernietiging van het besluit en de uitspraak vorderde. De Raad stelde vast dat er geen geschil meer bestond over de inhoud van het besluit, maar appellant bleef belang houden bij een uitspraak over de renteschadevergoeding.
De Raad oordeelde dat renteschadevergoeding toekomt voor bedragen die appellant heeft terugbetaald aan het UWV, vanaf de datum van betaling tot terugbetaling door het UWV. Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten in beroep en hoger beroep, maar wees een declaratie voor deskundigenkosten af wegens gebrek aan bewijs van een deskundigenrapport.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit, verklaarde het beroep gegrond, en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de schade en proceskosten. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak worden vernietigd, en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van renteschade en proceskosten.