ECLI:NL:CRVB:2006:AY8229
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verhoging WW-dagloon met terugwerkende kracht en weigering wettelijke rente
Betrokkene ontving sinds 3 januari 1994 een WW-uitkering. Na een verzoek tot herziening in november 2001 verhoogde appellant het WW-dagloon met terugwerkende kracht per 5 maart 2002. Appellant weigerde echter wettelijke rente over de nabetaling te vergoeden. De rechtbank oordeelde dat deze weigering onrechtmatig was en dat wettelijke rente vanaf 1 februari 1994 verschuldigd was.
De Centrale Raad onderschrijft dat het oorspronkelijke besluit van 6 januari 1994 onrechtmatig was, maar stelt dat de rechtbank onjuiste gronden hanteerde. Het hoger beroep van appellant wordt verworpen, maar appellant moet een nieuw besluit nemen op het bezwaar van betrokkene, rekening houdend met de overwegingen van de Raad.
Daarnaast veroordeelt de Raad appellant tot betaling van de proceskosten van betrokkene, vastgesteld op € 644,-- voor rechtsbijstand. Appellant erkent de overschrijding van de beslistermijn en de noodzaak tot vergoeding van wettelijke rente vanaf 1 februari 2002.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en appellant moet een nieuw besluit nemen en proceskosten betalen.