ECLI:NL:CRVB:2006:AY8273
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkeringsherziening na beoordeling bezwaarverzekeringsarts
Appellante stelde in hoger beroep dat de verklaringen van haar behandelend arts aanleiding hadden moeten geven tot het benoemen van een onafhankelijke deskundige. Zij betoogde dat een dergelijke deskundige mogelijk tot een andere conclusie zou komen, waarmee het objectiveringscriterium zou zijn vervuld.
De Raad oordeelde echter dat aan appellante voldoende passende functies met voldoende arbeidsplaatsen zijn voorgehouden binnen haar belastbaarheid. De vaststelling van een arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80% in de zin van de WAO is dan ook terecht.
De Raad concludeerde dat de medische informatie van de behandelend specialist reeds was betrokken bij de beoordeling door de bezwaarverzekeringsarts, die gemotiveerd heeft aangegeven dat er geen aanwijzingen zijn dat de beperkingen zijn onderschat. Er was geen aanleiding voor nader medisch onderzoek.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 65 tot 80% wordt bevestigd.