ECLI:NL:CRVB:2006:AY8278
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging OV-boete wegens overschrijding inkomensgrens in 2001
Appellant stelde hoger beroep in tegen een OV-boete die door de IB-Groep was opgelegd wegens overschrijding van de inkomensgrens in 2001. De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard. Appellant voerde aan dat uit correspondentie bleek dat zijn meerinkomen € 0,00 bedroeg, en dat daarom geen grond was voor de boete.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant ten onrechte geen onderscheid maakte tussen het meerinkomen (€ 3.042,25) en de vordering wegens meerinkomen (€ 0,00) vanwege een nullening. Omdat appellant niet kon aantonen dat hij zijn OV-kaart had ingeleverd en dit ook niet in de administratie stond, was de boete terecht opgelegd over alle maanden van 2001.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank Haarlem en wees het hoger beroep af. Er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De OV-boete wegens overschrijding van de inkomensgrens in 2001 wordt bevestigd.